woensdag 14 januari 2015

Master in Utrecht – gewoon doen!

Oudegracht Utrecht

“Wij vragen jullie om de uitgekozen delen van de boeken te lezen voor het inleidende basiscursusje in de eerste week”, stond in de e-mail die wij, masterstudenten Taalwetenschappen, in de laatste week van augustus van onze docenten kregen. “Wauw, we zijn reeds aan het begin met ‘je’ en ‘jullie’ aangesproken. Dit is wel leuk”, dacht ik toen.

Het bleek echter vrij snel dat de vreugde te vroeg was: de leesopdrachten waren 400 pagina’s in het Engels – met opdrachten in het Nederlands. En het semester was nog niet eens begonnen. Dit was toch alles behalve een “basiscursusje”...?!

Herfst in Utrecht
“Aller Anfang ist schwer”, zei Goethe, en zei ik ook, toen ik vier dagen lang in de bieb moest blijven zitten lezen. Maar goed, ’t was mijn keuze om hier te komen studeren – en ik berouw het niet! Het “basiscursusje” hebben we allemaal overleefd, en ondanks het feit dat we met 34 man zijn begonnen en er na een half jaar nog maar 22 over zijn, bleek het toch wel een goede beslissing te zijn om met deze studie te beginnen en het vol te houden.

Taal, mens en maatschappij of TMM - zoals we meestal zeggen - is de naam van mijn master die je aan de Universiteit Utrecht naast Interculturele Communicatie (ICC) binnen Taalwetenschappen kan studeren. Wat deze master inhoudt? Nou, dat is wel goed afgebakend: de focus ligt vooral op twee onderwerpen, namelijk taalverwerving en meertaligheid. En zoals over het algemeen ook bij andere Nederlandse masters het geval is, duurt het programma maar één jaar. Toegegeven: het is wel superintensief.

De universiteitsbibliotheek (waar
Napoleon ooit zijn paleis had)
Wat bedoel ik met superintensief? Kort en bondig samengevat: we moeten ongelooflijk veel lezen. Lezen, lezen, lezen – ons leven bestaat uit lezen. En dit ondanks het feit dat de studie op het eerste gezicht niet veeleisend lijkt te zijn. Het studiejaar bestaat namelijk uit vier blokken, maar in het laatste blok hebben we geen vakken meer zodat we ons lekker kunnen concentreren op onze scriptie.

In de eerste drie blokken hebben we wel vakken – in elk blok drie. Bij elk vak horen twee lessen per week, dus dat zijn in totaal zes lessen per week - dit klinkt nog steeds haalbaar. Wat echter best veel energie en tijd kost, is dat we voor elke les ongeveer 30-50 pagina’s moeten lezen – meestal in het Engels – waar vaak ook nog opdrachten bij komen. In het begin hadden we bovendien elke week toetsen en moesten we om de 3-4 weken een paper inleveren – online, zodat het gecheckt kon worden op plagiaat, uiteraard.

Waar ik in eerste instantie aan moest wennen, was dat ook de eisen heel anders waren. Zo mogen we bij de toetsen bijvoorbeeld meestal alles gebruiken (artikelen, hand-outs, ppt’s, aantekeningen). Daar hebben we echter niet veel baat bij. In plaats van lexicale kennis zijn de docenten er namelijk meestal in geïnteresseerd, of we weten welk resultaat wat impliceert, of we in staat zijn om de theorieën in andere contexten te gebruiken, soortgelijke verschijnselen in onbekende talen te herkennen, en logisch te denken. Ook in de papers wordt verwacht dat je niet zomaar wat kletst, maar dat je een klein onderzoekje uitvoert en de artikelen kritisch beschouwt. Hetzelfde geldt voor presentaties die in duo’s of trio’s worden gehouden en waarvoor je een goede samenwerking binnen je groep nodig hebt.

Hoe werken talen?
De vraag rijst: waarom doe je het als het soms zo zwaar is (niet alleen voor mij als enige buitenlander in de hele groep, maar ook voor de native-studiegenoten) en als je daarnaast soms een paar andere dingen op moet geven? Antwoord: omdat we allemaal genieten van wat we studeren. Het eerste blok was wel pittig, met allerlei soorten generatieve grammatica, rare verschijnselen in nog vreemdere talen en abstracte aanpakken. Maar ik vind het toch leuk dat je daardoor geconfronteerd wordt met het feit dat er naast het Engels, Duits, Spaans, Frans, Russisch, Chinees, enz. ook 6000 andere talen gesproken worden waar erg merkwaardige en zeldzame dingen in zitten.

In het tweede blok zijn vervolgens de meest uiteenlopende en razendinteressante thema’s aan bod gekomen. Waarom is het (zonder overdrijven!) nog steeds een mysterie hoe kinderen hun moedertaal verwerven? Welke stadia doorlopen ze en hoe kunnen we deze verschijnselen verklaren? Wat betekenen ‘Universal Grammar’, ‘U-shaped learning’, ‘Subset Principle’ en de ‘Logical Problem of Language Acquisition’? In hoeverre verschilt een taal van een dialect; diglossie van twee- of meertaligheid; of een lingua franca van een pidgin- en een creooltaal? Waarom verandert taal, op welke manieren ontstaan er speech communities, en hoe worden gender en seksisme uitgedrukt? Is het echt zo dat de taal ons denken bepaalt, of is het juist andersom?

Een rustige zondag met een ukulele,
woonboten en syntactische bomen
Naast deze theorie bespraken we later ook meer praktische dingen zoals: welke talige fenomenen en moeilijkheden zijn te observeren bij allochtone (of in het teken van political correctness: ‘biculturele’) sprekers van het Nederlands? Hoe kun je taalachterstand of een taalstoornis diagnosticeren? Wat zijn de voor- en nadelen van het European Reference Framework? Hoe werken taalbeleid, taalpolitiek, taalmanagement en interculturele advisering? Echt een breed palet dus
- maar wel alles omtrent TAAL.

Er zijn nog heel wat andere dingen waar ik het als buitenlandse masterstudent over zou kunnen hebben, maar één ding is zeker: mijn ervaringen met betrekking tot deze specifieke opleiding zijn overwegend positief. Een éénjarige master kun je zien als een overgang tussen een BA en het werkende leven, waarbij de ontplooiing binnen je eigen gebied, de uitbreiding van je horizon en de ontwikkeling van je persoonlijke vaardigheden (volharding, creativiteit, zelfstandig uitvoeren van onderzoeken, teamwork, argumentatieve vaardigheden) centraal staan.

En wat ook nog belangrijk is: binnen
Multiculti: met een paar
 'Dutch studies'-vrienden uit Leiden
de opleiding is er voldoende vrijheid
(je kunt bijvoorbeeld stage lopen of
voor een taalspecifieke aantekening
gaan) en de docenten zijn inspirerend,
houden rekening met de behoeftes van
de studenten, en zijn uiterst tevreden
als we goed samenwerken, in de lessen interessante discussies voeren en van elkaar kunnen leren. Dit laatste kan onder andere door onze verschillende achtergronden.

Al met al biedt een master in Nederland dus veel kansen en kan ik het jullie echt aanraden om rond te kijken naar studiebeurzen en andere mogelijkheden.

En nog iets: laat het maar weten als jullie toevallig (of met opzet) in Utrecht zijn, dan kunnen we een afspraak maken om samen een biertje te doen – het leven gaat tenslotte niet alleen om studeren! ;)


  Dániel Tóth
Master Taal, mens en maatschappij
Universiteit Utrecht

      (eindredactie – Krisztina Gracza - BA3)




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen